René-François-Armand Prudhomme (1839–1907), een Frans dichter, kreeg als eerste de Nobelprijs voor de Literatuur in 1901 voor "zijn poëtische composities, welke blijk geven van optimistisch idealisme, artistieke perfectie en een zeldzame combinatie van de kwaliteiten van hart en intellect."
De Nobelprijs voor de Literatuur wordt jaarlijks toegekend aan een auteur, die, in de woorden van Alfred Nobel, “het meest opmerkelijke werk met een idealistische trend” heeft geschreven. Het “werk” refereert hier aan het oeuvre van de auteur in het geheel, en niet aan een werk specifiek, alhoewel er soms wel een afzonderlijk werk wordt aangehaald bij de uitreiking van de prijs. De Zweedse Academie beslist elk jaar wie de prijs toegekend krijgt, en publiceert deze naam rond begin oktober.
Het originele citaat van deze Nobelprijs heeft geleid tot veel controverse. Het originele Zweedse woord ‘idealisk’ kan vertaald worden in ‘idealistisch’ of ‘ideaal’. In de eerste jaren handelde het Nobelcomité hierin tamelijk willekeurig, en liet het enkele wereldvernieuwende schrijvers zoals Leo Tolstoj en Henrik Ibsen links liggen, waarschijnlijk omdat hun werken niet “idealistisch” genoeg waren. Later werd de verwoording veel vrijer geïnterpreteerd, en werd de prijs toegekend aan auteurs voor blijvende literaire verdiensten. De keuze van de academie kan nog altijd zorgen voor controverse, en dan vooral voor de keuze van minder bekende schrijvers (of schrijvers die werken in avant-gardevormen) zoals Dario Fo in 1997 en Elfriede Jelinek in 2004.
De Nobelprijs is niet de enige maatstaf voor literaire voortreffelijkheid en duurzaamheid. Critici van de Nobelprijs verwijzen naar de vele prominente schrijvers die nooit zijn bekroond, of zelfs maar genomineerd.
bewerk Nominatieprocedure
Elk jaar doet de Zweedse Academie een oproep om mensen te nomineren voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Leden van de Academie, leden van literarire academiën en verenigingen, professoren in taal- of letterkunde, oud-Nobelprijswinnaars en voorzitters van schrijversorganisaties mogen een kandidaat nomineren. Het is niet toegestaan om jezelf te nomineren.
Duizenden oproepen worden ieder jaar gedaan, waarvan er ongeveer vijftig beantwoord worden. Deze moeten ten laatste voor 1 februari aangekomen zijn bij de Academie, waarna de voorstellen onderzocht worden door het Nobelprijscomité. Tegen april beperkt de Academie het aantal kanshebbers tot ongeveer twintig en in de zomer blijven er nog maar vijf namen over. In oktober van hetzelfde jaar stemmen leden van de Academie, en diegene met meer dan de helft van de stemmen mag zichzelf winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur noemen. Dit proces is gelijkaardig aan dat van de andere Nobelprijzen.
Het prijzengeld is niet hetzelfde gebleven sinds de inauguratie, maar is vandaag de dag toch goed voor zo'n 10 miljoen Zweedse kroon (iets meer dan een miljoen euro). De winnaar krijgt ook een gouden medaille en een Nobel-diploma.
bewerk Lijst van bekroonde schrijvers
De Nobelprijs voor de Literatuur zoals ingesteld door Alfred Nobel is vanaf 1901 door de Zweedse Academie toegekend aan:
| Jaar |
Taal |
Naam |
Reden |
| 1901 |
Frans |
Sully Prudhomme |
"Voor zijn poëtische composities, welke blijk geven van optimistisch idealisme, artistieke perfectie en een zeldzame combinatie van de kwaliteiten van hart en intellect." |
| 1902 |
Duits |
Theodor Mommsen |
"Voor de grootste levende historische schrijver, in het speciaal voor zijn monumentale werk, Geschiedenis van Rome." |
| 1903 |
Noors |
Bjørnstjerne Bjørnson |
"Voor zijn edele, prachtige en veelzijdige poëzie, welke zich onderscheid in frisheid van inspiratie en zeldzame pure spiritualiteit." |
| 1904 |
Frans |
Frédéric Mistral |
"Als erkenning voor de frisse originaliteit en ware inspiratie van zijn poëtische oeuvre, die het natuurlijke decor en het oorspronkelijke karakter van zijn volk trouw weerspiegelt, en bovendien ook voor zijn belangrijke werk als Provençaals filoloog." |
| Spaans |
José Echegaray y Eizaguirre |
"Als erkenning voor de vele en briljante composities die, op een eigen en originele manier, de grootse tradities van het Spaanse drama hebben doen herleven." |
| 1905 |
Pools |
Henryk Sienkiewicz |
"Voor zijn uitzonderlijke verdiensten als schrijver van epos." |
| 1906 |
Italiaans |
Giosuè Carducci |
"Niet enkel voor zijn uitdiepende en kritische onderzoeken, maar vooreerst als erkenning van de creatieve energie, de frisse stijl en de lyrische kracht die zijn poëtische meesterwerken zo typeren." |
| 1907 |
Engels |
Rudyard Kipling |
"Als erkenning voor zijn observatievermogen, de originaliteit van zijn verbeelding, de kracht van zijn ideeën en zijn opmerkelijke talent voor het vertellen; eigenschappen die het werk van deze wereldberoemde auteur kenmerken." |
| 1908 |
Duits |
Rudolf Christoph Eucken |
|
| 1909 |
Zweeds |
Selma Lagerlöf |
|
| 1910 |
Duits |
Paul Heyse |
|
| 1911 |
Frans |
Maurice Maeterlinck |
"Als erkenning voor zijn veelzijdige literaire bezigheden en in het bijzonder voor zijn drama's, die zich onderscheiden door een overvloed aan verbeelding en poëtische verfijndheid die, soms onder het mom van een sprookje, een grote bron van inspiratie zijn, terwijl ze tevens op mysterieuze wijze beroep doen op de gevoelens van de lezer en diens verbeelding stimuleren." |
| 1912 |
Duits |
Gerhart Hauptmann |
"Hoofdzakelijk als erkenning voor zijn productieve, gevarieerde en buitengewone creaties in het domein van de dramatiek." |
| 1913 |
Bengaals en Engels |
Rabindranath Tagore |
"Omwille van zijn diepgevoelige, frisse en mooie vers, met welke hij zijn poëtische gedachten, uitgedrukt in zijn eigen Engelse woorden, een onderdeel van de Westerse literatuur gemaakt heeft." |
| 1914 |
Geen Nobelprijs uitgereikt |
|
| 1915 |
Frans |
Romain Rolland |
|
| 1916 |
Zweeds |
Verner von Heidenstam |
"Als erkenning voor zijn toonaangevende vertegenwoordiging in een nieuw tijdperk vinnen de literatuur." |
| 1917 |
Deens |
Karl Adolph Gjellerup |
"Voor zijn veelzijdige en rijke poëzie, die zich liet inspireren door nobele idealen." |
| Deens |
Henrik Pontoppidan |
"Voor zijn autentieke beschrijvingen van het tegenwoordige leven in Denemarken." |
| 1918 |
Geen Nobelprijs uitgereikt |
|
| 1919 |
Duits |
Carl Spitteler |
"Ter appreciatie van zijn epos Der olympische Frühling (De Olympische Lente)." |
| 1920 |
Noors |
Knut Hamsun |
"Voor zijn monumentale werk Markens Grøde (bekend onder de Engelse titel Growth of the Soil)" |
| 1921 |
Frans |
Anatole France |
"Als erkenning voor zijn briljante literaire verwezenlijkingen, die gekenmerkt zijn door nobele stijl, een diepgewortelde menselijke sympathie en een echt Gallisch temperament." |
| 1922 |
Spaans |
Jacinto Benavente |
"Voor de optimistische manier waarop hij de welgekende traditie van het Spaanse drama voortzette." |
| 1923 |
Engels |
William Butler Yeats |
"Voor zijn immer geïnspireerde poëzie die op een artistieke wijze uiting geeft van de ziel van een geheel volk." |
| 1924 |
Pools |
Władysław Reymont |
"Voor zijn groots nationale epos Chłopi (bekend onder de Engelse titel The Peasants)." |
| 1925 |
Engels |
George Bernard Shaw |
|
| 1926 |
Italiaans |
Grazia Deledda |
"Voor haar idealistisch geïnspireerde werken die een glashelder beeld schetsen van het leven op het eiland waar ze opgroeide en die met diepgang en sympathie ingaan op de menselijke problemen over het algemeen." |
| 1927 |
Frans |
Henri Bergson |
"Als erkenning van zijn rijk en energieke ideeën en de briljante vaardigheid waarmee deze voorgesteld werden." |
| 1928 |
Noors |
Sigrid Undset |
|
| 1929 |
Duits |
Thomas Mann |
"Voornamelijk voor zijn grootse roman Buddenbrooks, die voortdurend aan erkenning heeft gewonnen als een van de klassiekers van de hedendaagse literatuur." |
| 1930 |
Engels |
Sinclair Lewis |
|
| 1931 |
Zweeds |
Erik Axel Karlfeldt |
"Voor zijn Poëtisch werk." |
| 1932 |
Engels |
John Galsworthy |
|
| 1933 |
Russisch |
Ivan Boenin |
|
| 1934 |
Italiaans |
Luigi Pirandello |
|
| 1935 |
Geen Nobelprijs uitgereikt |
|
| 1936 |
Engels |
Eugene O'Neill |
"Voor de kracht, eerlijkheid en diepe emoties van zijn dramatische werken, welke een origineel tragedie-concept belichamen." |
| 1937 |
Frans |
Roger Martin du Gard |
"Voor de artistieke kracht en waarheid waarmee hij menselijke conflicten verbeelde evenals sommige fundamentele aspecten van het eigentijdse leven in zijn verhalenbundel Les Thibault" |
| 1938 |
Engels |
Pearl S. Buck |
"Voor haar rijke en waarlijk epische beschrijvingen van het boerenleven in China en voor haar biografische meesterwerken." |
| 1939 |
Fins |
Frans Eemil Sillanpää |
|
| 1940 |
Geen Nobelprijs uitgereikt |
|
| 1941 |
Geen Nobelprijs uitgereikt |
|
| 1942 |
Geen Nobelprijs uitgereikt |
|
| 1943 |
Geen Nobelprijs uitgereikt |
|
| 1944 |
Deens |
Johannes Vilhelm Jensen |
"Voor de zeldzame kracht en vruchtbaarheid van zijn poëtische fantasie gecombineerd met een intellectuele curiositeit van een moedige wijde blik, frisse creatieve stijl." |
| 1945 |
Spaans |
Gabriela Mistral |
"Omwille van haar lyrische poëzie, geïnspireerd door overweldigende emoties, die haar tot symbool van de idealistische streven van de gehele Latijns-Amerikaanse wereld maakte." |
| 1946 |
Duits |
Hermann Hesse |
|
| 1947 |
Frans |
André Gide |
|
| 1948 |
Engels |
T.S. Eliot |
|
| 1949 |
Engels |
William Faulkner |
"Voor zijn krachtige en artistiek unieke bijdrage aan de moderne Amerikaanse roman." |
| 1950 |
Engels |
Bertrand Russell |
|
| 1951 |
Zweeds |
Pär Lagerkvist |
|
| 1952 |
Frans |
François Mauriac |
|
| 1953 |
Engels |
Winston Churchill |
|
| 1954 |
Engels |
Ernest Hemingway |
|
| 1955 |
IJslands |
Halldór Laxness |
|
| 1956 |
Spaans |
Juan Ramón Jiménez |
|
| 1957 |
Frans |
Albert Camus |
|
| 1958 |
Russisch |
Boris Pasternak (weigerde de prijs) |
|
| 1959 |
Italiaans |
Salvatore Quasimodo |
|
| 1960 |
Frans |
Saint-John Perse |
"Voor de sterk gestegen vlucht en de suggestieve fantasie van zijn poëzie welke op een visionaire mode de eigentijdse condities reflecteert" |
| 1961 |
Servisch en Kroatisch |
Ivo Andrić |
|
| 1962 |
Engels |
John Steinbeck |
|
| 1963 |
Grieks |
George Seferis |
|
| 1964 |
Frans |
Jean-Paul Sartre (weigerde de prijs) |
|
| 1965 |
Russisch |
Michail Sjolochow |
|
| 1966 |
Hebreeuws |
Shmuel Yosef Agnon |
|
| Duits |
Nelly Sachs |
|
| 1967 |
Spaans |
Miguel Ángel Asturias |
|
| 1968 |
Japans |
Yasunari Kawabata |
|
| 1969 |
Frans, Engels |
Samuel Beckett |
|
| 1970 |
Russisch |
Aleksandr Solzjenitsyn |
"Voor de ethische kracht waarmee hij de onmisbare tradities van de Rusissche literatuur nastreefde." |
| 1971 |
Spaans |
Pablo Neruda |
|
| 1972 |
Duits |
Heinrich Böll |
|
| 1973 |
Engels |
Patrick White |
"Voor een episch en psychologisch verhalende kunst die een nieuw continent geïntroduceerd heeft in de literatuur" |
| 1974 |
Zweeds |
Eyvind Johnson |
|
| Zweeds |
Harry Martinson |
"zijn geschriften vatten de dauwdruppel en weerspiegelen de kosmos" |
| 1975 |
Italliaans |
Eugenio Montale |
|
| 1976 |
Engels |
Saul Bellow |
|
| 1977 |
Spaans |
Vicente Aleixandre |
|
| 1978 |
Jiddisch |
Isaac Bashevis Singer |
|
| 1979 |
Grieks |
Odýsseas Elýtis |
|
| 1980 |
Pools |
Czesław Miłosz |
|
| 1981 |
Duits |
Elias Canetti |
"Voor werken die gekenmerkt zijn door ruimdenkendheid, vindingrijkheid en artistieke kracht." |
| 1982 |
Spaans |
Gabriel García Márquez |
"Voor zijn romans en korte verhalen, waarin het fantastische en het realistische zijn gecombineerd in een uitgebreid gecomponeerde verbeeldingswereld, welke het leven en de conflicten van een continent weerspiegelt." |
| 1983 |
Engels |
William Golding |
|
| 1984 |
Tsjechisch |
Jaroslav Seifert |
|
| 1985 |
Frans |
Claude Simon |
|
| 1986 |
Engels |
Wole Soyinka |
|
| 1987 |
Russisch en Engels |
Joseph Brodsky |
|
| 1988 |
Arabisch |
Naguib Mahfouz |
|
| 1989 |
Spaans |
Camilo José Cela |
"Voor rijk en intensief proza, welke met ingehouden compassie een uitdagende visie op de kwetsbaarheid van de mens vormt." |
| 1990 |
Spaans |
Octavio Paz |
|
| 1991 |
Engels |
Nadine Gordimer |
|
| 1992 |
Engels |
Derek Walcott |
|
| 1993 |
Engels |
Toni Morrison |
|
| 1994 |
Japans |
Kenzaburo Oe |
|
| 1995 |
Engels |
Seamus Heaney |
|
| 1996 |
Pools |
Wisława Szymborska |
|
| 1997 |
Italiaans |
Dario Fo |
|
| 1998 |
Portugees |
José Saramago |
|
| 1999 |
Duits |
Günter Grass |
|
| 2000 |
Chinees |
Gao Xingjian |
|
| 2001 |
Engels |
V.S. Naipaul |
|
| 2002 |
Hongaars |
Imre Kertész |
"Voor zijn werk dat de broze ervaring van het individu hooghoudt tegen de barbaarse willekeur van de geschiedenis." |
| 2003 |
Engels |
John Maxwell Coetzee |
"In ontelbare vermommingen geeft hij gestalte aan de betrokkenheid van de outsider." |
| 2004 |
Duits |
Elfriede Jelinek |
"Voor haar muzikale stroom van stemmen en tegenstemmen in haar romans en toneelstukken die met een buitengewoon taalkundige geestdrift de absurditeit van de maatschappelijke clichés en hun onderwerpende kracht blootleggen." |
| 2005 |
Engels |
Harold Pinter |
"Die in zijn toneelstukken de afgrond onder het alledaagse gezwets blootlegt en die de gesloten deur waarachter onderdrukking heerst loswrikt." |
| 2006 |
Turks |
Orhan Pamuk |
"In zijn zoektocht naar de melancholieke ziel van zijn geboortestad heeft Pamuk nieuwe symbolen voor de botsing en interactie van culturen ontdekt." |
| 2007 |
Engels |
Doris Lessing |
"Die heldendichteres van de vrouwelijke ervaring, die met scepsis, vuur en visionaire kracht een verdeelde beschaving onder de microscoop heeft gelegd." |
| 2008 |
Frans |
Jean-Marie Gustave Le Clézio |
|
bewerk Controverses
De Literatuurprijs heeft een lange geschiedenis van controverses. Van 1901 tot 1912 werd het Comité gekenmerkt door een enge interpretatie van het woord "idealisk", waardoor Leo Tolstoj, Henrik Ibsen en Emile Zola geen kans maakten. Gedurende Wereldoorlog I en de daaropvolgende jaren koos het Comité voor neutraliteit; ze bevoordeelde schrijvers afkomstig uit andere neutrale landen.
Er wordt gesuggereerd dat W.H. Audens lauw onthaalde (maar goed verkopende) vertaling van de Nobelprijswinnaar voor de Vrede van 1961, Dag Hammarskjöld's "Vägmärken" ("Markings" in het Engels), gepaard met uitspraken over Hammarskjöld tijdens een tour door Scandinavië, die insinueerden dat Hammarskjöld (evenals Auden) homoseksueel was, Auden een kans kostte op de Nobelprijs.
De winnaar van 1970, de Rus Aleksandr Solzjenitsyn, woonde de uitreikingsceremonie niet bij uit angst dat hij niet zou mogen terugkeren naar Rusland, waar zijn werken clandestien circuleerden. Omdat de Zweedse regering weigerde de ceremonie te laten plaatsvinden in de Zweedse ambassade te Moskou, weigerde Solzjenitsyn de prijs helemaal. Hij vond dat de voorwaarden van de Zweden een blaam waren op de Nobelprijs zelf. Toen Soljenitsyn de prijs in 1974 toch aanvaardde, werd hij gearresteerd en verbannen uit Rusland.
In 1974 waren Graham Greene, Vladimir Nabokov en Saul Bellow genomineerd, maar ze moesten het onderspit delven voor een gedeelde prijs aan twee Zweedse auteurs, Eyvind Johnson en Harry Martinson, die zelf juryleden waren. Bellow zou de prijs winnen in 1976, maar noch Greene, noch Nabokov zouden de eer krijgen de prijs te winnen.
De winnaar Dario Fo in 1997 werd oorspronkelijk nogal als een lichtgewicht beschouwd omdat hij een acteur was en gecensureerd werd door de Rooms Katholieke Kerk. Volgens Fo's Londonse uitgever waren Salman Rushdie en Arthur Miller de favorieten, maar de organisatoren dachten dat het te voorspelbaar zou zijn, dat ze te populair waren.
De keuze van de winnaar in 2004, Elfriede Jelinek veroorzaakte kritiek in de Academie zelf. Knut Ahnlud, die sinds 1996 geen actieve rol meer speelde in de Academie, beschouwde het als een onherstelbare blaam op de reputatie van de Nobelprijs voor de Literatuur.
Veel critici en lezers menen dat de literaire kwaliteiten niet het enige criterium is. In een bepaalde periode was het Comité bijvoorbeeld enorm geïnteresseerd in Duitse literatuur. Heinrich Böll heeft de prijs gekregen, maar Bertolt Brecht daarentegen niet. Men kan ook vaststellen dat vele grote schrijvers uit de 20e eeuw, mannen en vrouwen, zich niet tussen de laureaten bevinden.
De balans is nog slechter voor regio's die minst bevoordeeld worden door het Comité. Slechts één zwarte Afrikaanse schrijver, Wole Soyinka mag zich Nobelprijswinnaar noemen. Andere auteurs daarentegen, zoals Ngugi wa Thiong'o, Chinua Achebe of Nuruddin Farah, moeten nog wachten.
- De oudste persoon die tot nu toe de Nobelprijs voor de Literatuur ontving is Doris Lessing, die 88 was toen zij de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen in december 2007. De jongste was Rudyard Kipling die 42 was toen hij in 1907 de Nobelprijs ontving.
- De langst levende laureaat is Bertrand Russell die 97 jaar oud werd. De oudste nog levende ontvanger is momenteel de 89-jarige Doris Lessing. De kortst levende laureaat is Albert Camus die stierf bij een verkeersongeluk op de leeftijd van 46. Hij ontving de Nobelprijs drie jaar eerder.
- Tv- en radiopersoonlijkheid Gert Fylking startte de traditie om "Äntligen" (Zweeds voor "eindelijk") te roepen bij de bekendmaking van de Nobelprijswinnaar, als protest op de nominatie van de bij het grote publiek min of meer onbekende schrijvers. Fylking is ondertussen al gestopt met zijn 'grap', maar de traditie wordt door anderen voortgezet.
bewerk Externe link
|